EN 469 - Beschermingskleding voor brandweermannen

EN 469 pictogrammeDe EN 469 verlangt hoge prestaties die in 20 testen worden beschreven. De norm bepaalt in hoofdzaak 4 essentiële waarden: Xf (vlam)Xr (straling), Y (waterdichtheid) & Z (ademend vermogen).

1. Xf1 of Xf2: warmte-overdracht

Testmethode EN 367: de overdracht van warmte (vlam). Warmteflux van 80 kW/m2.

 Xf2Xf1
HTI Heat Transfer IndexNiveau 2Niveau 1
HTI24≥ 13s≥ 9s
HTI24 - HTI12≥ 4s≥ 3s

Niveau 1 is het laagste, niveau 2 is het hoogste.

2. Xr1 of Xr2: stralingswarmte

Testmethode EN 6942: de overdracht van warmte (straling). Warmteflux 40kW/m2.

 Xr2Xr1
RHTI Straling HTINiveau 2Niveau 1
RHTI 24≥ 18s≥ 10s
RHTI 24 - RHTI 12≥ 4s≥ 3s

Niveau 1 is het laagste, niveau 2 is het hoogste.

3. Het waterdichtheidsniveau (Y1 of Y2)

Waterdichtheidstest EN 20811

  • Y1 < 20 kPa (kledingstukken zonder membraan)
  • Y2 > 20 kPa (kledingstukken met membraan)

4. Het ademend vermogen (Z1 of Z2)

Bestendigheid tegen waterdamp EN 31092

Niveau Z1 > 30m² Pa/W.
Z1 wijst op een hogere bestendigheid tegen waterdamp dan Z2.
Dit kledingstuk is minder ademend

Niveau Z2 < 30 m2 Pa/W
Dit kledingstuk heeft een lagere bestendigheid tegen waterdamp.
Het is beter ademend.


Bovendien preciseert annex B van de EN 469 het oppervlak van de te gebruiken banden (wanneer de risicoanalyse dit voorschrijft). 

  • B.1 Het retroreflecterende materiaal met één eigenschap moet op het buitenste oppervlak van de beschermingskleding vastgemaakt worden met een minimale oppervlakte van 0,13m2 om een cirkelvormige zichtbaarheid mogelijk te maken door het omcirkelen van de armen, de benen en de romp. 
  • B.2 Wanneer niet reflecterend fluorescerend materiaal of materiaal met gecombineerde eigenschappen wordt gebruikt dan moet de oppervlakte van het fluorescerend materiaal minimum 0,2 m2 bedragen.

Daarnaast kan ook de EN ISO 20471 norm toegepast worden.